De laatste weken en maanden werd heel wat nieuwe belangrijke wetgeving aangekondigd en gepubliceerd. Om het overzicht te bewaren, bundelen wij graag de belangrijkste ontwikkelingen voor jou.
Nieuwe regeling inzake vrijwillige overuren
Sinds 1 april 2026 geldt een nieuwe regeling inzake vrijwillige overuren. Concreet:
- Voor de niet-horecasectoren is het voortaan mogelijk om tot 360 vrijwillige overuren te presteren, waarvan 240 vrijgesteld zijn van RSZ-bijdragen, bedrijfsvoorheffing en overloon (bruto is dus netto). De 120 resterende vrijwillige overuren zijn wel onderworpen aan RSZ, bedrijfsvoorheffing en overloon, maar kunnen aan een fiscaal gunsttarief worden toegekend.
- In de horecasector kunnen tot 450 vrijwillige overuren worden gepresteerd, waarvan 360 vrijgesteld zijn van RSZ-bijdragen, bedrijfsvoorheffing en overloon (bruto = netto). De resterende 90 vrijwillige overuren zijn wel onderworpen aan RSZ, bedrijfsvoorheffing en overloon, maar kunnen eveneens aan een fiscaal gunsttarief worden uitbetaald. Dit geldt evenwel enkel indien de gebruiker beschikt over een geregistreerd kassasysteem (witte kassa). Indien de gebruiker niet beschikt over een witte kassa, kan geen gebruik worden gemaakt van deze verhoging. In dat geval blijft het huidige systeem van 300 bruto-netto-overuren voor gebruikers zonder witte kassa van toepassing (dus enkel in specifieke gevallen en mits voorafgaande kennisgeving aan de sociale inspectie). Als alternatief kan gebruik worden gemaakt van het algemene systeem van 360 vrijwillige overuren, waarvan 240 overuren aan een gunstig tarief worden uitbetaald. Dit systeem is immers van toepassing op alle sectoren en legt geen specifieke voorwaarden op.
- Met de nieuwe regeling is het bovendien mogelijk om met de uitzendkracht een akkoord voor één jaar af te sluiten. Dit akkoord wordt stilzwijgend verlengd, waardoor het niet langer nodig is om het telkens actief te hernieuwen.
- Indien onder de oude regeling een akkoord voor zes maanden werd afgesloten, blijft dit akkoord ook onder de nieuwe regeling verder lopen. Na afloop van deze periode volstaat het om een nieuw akkoord voor één jaar af te sluiten, dat vervolgens stilzwijgend wordt verlengd. Nieuwe akkoorden vallen voortaan automatisch onder de nieuwe regeling (duurtijd van één jaar, enz.).
- De relance-overuren die vóór 1 april 2026 werden gepresteerd (dus onder het oude systeem), worden vanaf 1 april 2026 afgetrokken van het nieuwe contingent. Hetzelfde geldt voor de bruto-netto-overuren in de horeca die vóór deze datum werden gepresteerd.
- Opgelet: in tegenstelling tot de oude regeling (voor niet-horeca) is de nieuwe regeling (zowel horeca als niet-horeca) van toepassing op voltijdse werknemers, evenals op deeltijdse werknemers die reeds minstens drie jaar deeltijds werken. Voor deze laatste categorie geldt bovendien dat de vrijwillige overuren enkel kunnen worden gepresteerd wanneer sprake is van een tijdelijke toename van het werk.
- Specifiek voor uitzendarbeid:
- Federgon bevestigde dat de tewerkstellingsbreuk (Q/S) doorslaggevend is om te bepalen of een uitzendkracht voltijds dan wel deeltijds werkt.
- Voor het afsluiten van het akkoord met de uitzendkracht bestaan verschillende mogelijkheden:
- De gebruiker sluit het akkoord rechtstreeks af met de uitzendkracht.
- De gebruiker sluit samen met het uitzendkantoor het akkoord af met de uitzendkracht.
- Het uitzendkantoor sluit het akkoord af met de uitzendkracht. In dat geval wordt wel aanbevolen om de toepassing van het systeem van vrijwillige overuren ook te bevestigen in het commercieel contract met de gebruiker.
Afschaffing van de intentieverklaring voor uitzendkrachten
De afschaffing van de intentieverklaring voor uitzendkrachten is sinds 11 juni 2026 definitief een feit.
Sindsdien volstaat in principe enkel de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid, die nog steeds uiterlijk op het tijdstip waarop de uitzendkracht in dienst treedt schriftelijk moet worden vastgesteld.
Zoals reeds eerder aangegeven betekent deze afschaffing echter niet dat de intentieverklaring niet langer mag worden gebruikt. Integendeel, aangezien deze vaak ook bijkomende bepalingen bevat (zoals de toegang tot Student@Work of de bepaling van de toepasselijke bedrijfsvoorheffing), raden wij nog steeds aan om een intentieverklaring op te maken.
De overige regels inzake uitzendarbeid (zoals de toegelaten motieven, de maximale duur en de na te leven procedures) blijven uiteraard onverminderd van toepassing.
Wijzigingen inzake arbeidsduur
Ook de wetgeving inzake de arbeidsduur werd sinds 1 juni 2026 op enkele punten aangepast. Niettegenstaande deze aanpassingen voornamelijk voor de gebruiker van belang zijn, vind je hierbij alvast een kort overzicht terug:
- In de eerste plaats wordt de algemene verplichting om alle toepasselijke voltijdse uurroosters afzonderlijk op te nemen in het arbeidsreglement versoepeld. Naast de opname van afzonderlijke uurroosters is het voortaan ook mogelijk om in het arbeidsreglement een kader van de gewone arbeidstijd vast te stellen waarin de tijdvakken worden afgebakend waarin binnen de onderneming wordt gewerkt. Dit kader moet een aantal verplichte elementen bevatten. Voltijdse of vaste deeltijdse uurroosters die binnen dit kader vallen, moeten dan niet langer afzonderlijk in het
arbeidsreglement worden opgenomen.
- Daarnaast werd de minimale wekelijkse arbeidsduur voor deeltijdse werknemers verlaagd van één derde naar één tiende van een voltijdse betrekking. Dit betekent dat een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid vanaf die datum in beginsel geen wekelijkse arbeidsduur mag bevatten die lager ligt dan één tiende van de voltijdse wekelijkse arbeidsduur. Sectorale afwijkingen blijven evenwel mogelijk.
- Tot slot werd op 1 juni het verbod op nachtarbeid afgeschaft. Voor werknemers die vanaf 01/06 in dienst treden in de distributiesector en aanverwante sectoren, met inbegrip van de elektronische handel in de zin van de nieuwe wetgeving, worden bovendien de premies en voordelen verbonden aan prestaties tussen 20.00 uur en 06.00 uur beperkt tot prestaties verricht tussen 23.00 uur en 06.00 uur.