Vanuit Offix krijgen we regelmatig de vraag welke inhoudingen een uitzendkantoor mag doen op het loon van een uitzendkracht.

Het is belangrijk te weten dat je niet zomaar elk bedrag kan inhouden op het loon van een uitzendkracht. De Loonbeschermingswet bepaalt immers op limitatieve wijze (= geen afwijkingen mogelijk) welke inhoudingen een werkgever eenzijdig op het loon van zijn werknemers mag of moet uitvoeren.

Zo mag op het loon van de werknemer enkel het volgende worden ingehouden:

  • de sociale zekerheidsbijdragen;
  • de bedrijfsvoorheffing;
  • inhoudingen krachtens particuliere of collectieve overeenkomsten betreffende aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, bijv. een bijdrage voor de groepsverzekering, hospitalisatieverzekering, enz…
  • geldboetes, maar enkel degene opgelegd op grond van het arbeidsreglement;
  • voorschotten;
  • vergoedingen en schadevergoedingen inzake de verantwoordelijkheid van de werknemer:
  • een waarborgsom bestemd ter garantie van de uitvoering van de verplichtingen van de werknemer (hiervoor gelden specifieke voorwaarden);
  • het loon dat teveel werd betaald aan de werknemer die wordt tewerkgesteld met een glijdende uurrooster en die de uren die hij minder heeft gepresteerd dan de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur niet tijdig heeft ingehaald op het einde van de referentieperiode of wanneer de overeenkomst een einde neemt.

De inhoudingen (behalve RSZ en BV) gebeuren op het nettoloon, maar het totaal van deze inhoudingen mag niet meer bedragen dan 20% van het nettoloon (behalve in specifieke gevallen zoals bijv. bedrog door de werknemer).

Wanneer het bedrag dat het uitzendkantoor wenst in te houden niet tot één van bovenstaande categorieën behoort, kan het geen compensatie uitvoeren. Als de uitzendkracht niet spontaan overgaat tot terugbetaling, kan het uitzendkantoor enkel via de arbeidsrechtbank onverschuldigde betalingen of bedragen die de werknemer nog verschuldigd is, trachten terug te vorderen.

Hierop bestaan twee uitzonderingen:

  • Het uitzendkantoor mag het loonbedrag wel verminderen wanneer het gaat om een zuivere rekenkundige fout én wanneer de uitzendkracht uitdrukkelijk instemt met de loonvermindering.
  • Mits naleving van het specifieke afsprakenkader van toepassing in de uitzendsector, kan het uitzendkantoor, na het doorlopen van een specifieke procedure, wel een waarborg inhouden wanneer de uitzendkrachten werkkledij niet of beschadigd zouden inleveren. Voor meer informatie over de inhoud van dit afsprakenkader kan je uiteraard steeds terecht bij Team Offix.

De wetgeving m.b.t. de nieuwe arbeidsregelingen (= grote flexibiliteit) heeft tot doel de uitbreiding of de aanpassing van arbeidstijd in de onderneming mogelijk te maken (zonder dat er overloon moet worden betaald).

De invoering moet gebeuren via een sectorale cao, ondernemingscao of het arbeidsreglement (afhankelijk van de concrete sectorale regeling). Voor het al dan niet toepassen ervan op uitzendkrachten dien je te kijken naar de toepasselijke regeling bij de klant-gebruiker.

Daarom moet je voor de uitzendkrachten steeds nagaan of:

  • op het niveau van de sector een specifieke cao werd afgesloten die het mogelijk maakt om de grote flexibiliteit toe te passen op contracten van bepaalde duur.
  • ofwel: er op het bedrijfsniveau bij de gebruiker een regeling grote flexibiliteit van toepassing is (die uiteraard in overeenstemming moet zijn met een mogelijke sectorale regeling) en deze regeling ook kan worden toegepast op contracten van bepaalde duur (zoals uitzendcontracten).

Daarom moet je de gebruiker altijd schriftelijk laten bevestigen dat de betreffende sector/onderneming de mogelijkheid van de grote flexibiliteit ook voorziet voor contracten van bepaalde duur.

Daarnaast moet de toepassing van deze mogelijkheid ook expliciet worden opgenomen in de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid! Je kan hiervoor bijv. gebruik maken van de volgende clausule:  ‘De uitzendkracht erkent op de hoogte te zijn gebracht van de toepassing en de voorwaarden van het systeem van de nieuwe arbeidsregelingen (grote flexibiliteit) bij de gebruiker.’

Het antwoord hangt af van het type vakantiegeld: enkel of dubbel vertrekvakantiegeld.We zetten het onderscheid en de gevolgen helder voor je op een rij:

Enkel vertrekvakantiegeld

    Voor uitzendkrachten worden de RSZ-bijdragen niet ingehouden bij de (vaak wekelijkse) uitbetaling van het enkel vertrekvakantiegeld. De bijdragen worden wel ingehouden op het moment dat de vakantie effectief (onder contract) wordt opgenomen. Het gaat om de gewone RSZ-bijdragen: zowel werkgevers- als werknemersbijdragen.

    Dubbel vertrekvakantiegeld

      Hier moet enkel een bijzondere bijdrage voor de werknemer worden berekend. Deze bijzondere bijdrage bedraagt 13,07%, maar wordt slechts toegepast op het deel van het dubbel vakantiegeld dat overeenkomt met 3 weken en 2 dagen vakantie. Concreet betekent dit dat 6,80% van het dubbel vertrekvakantiegeld onderworpen is aan de bijzondere werknemersbijdrage, en 0,87% niet.